Triumph perikelen 

 

 

                      Bij herhaling wordt ik door een goede kennis doorgezaagd over het feit dat hij na een winter zijn Kawasaki moeiteloos weer tot leven roept. Sleutel er in, choke open, even doorstarten en daarna rij ik de hele zomer weer voor god en vaderland weg, pleegt hij pesterig te proclameren. Meteen gevolgd door de vraag, en hoe is het nu met dat hok van jou? Nu kon ik dit jaar naar eer en geweten verklaren dat de Matchless zonder problemen uit zijn winterslaap was gewekt en zeer gewillig zijn taakjes had verricht. Aangezien de Triumph geschorst en in de verkoop stond viel hier weinig over te zeggen er van uitgaande dat het ding rijdend was weggezet.

 

Het geval wilde echter dat mijn echtgenote na veel wikken en wegen besloten had om herintredend motorrijdster te worden en met dat doel voor ogen is een 19 jaar oude Harley D. Sportster aangeschaft. Ooit had zij een Kawasaki waarvan ze op een gegeven moment het idee had dat het valse ding er alleen maar op uit was om haar uit het zadel te werken. Dat dit niet bepaald vertrouwen wekt mag duidelijk zijn dus een jaar of vijftien terug wilde ze gewoon niet meer rijden. Ze heeft echter altijd gezegd dat als…dan op een HD. Na wat rondtrutten op de binnenweggetjes om het gevoel en de coördinatie weer te krijgen brak het moment aan om de Sportster, die het best te omschrijven is als een goeiige lobbes, op wat langere trajecten in te gaan zetten. Haar idee dat ik voorop zou rijden zodat ze het wat en hoe van het motorrijden wat kon oefenen leek me een uitstekend actieplan en het hoeft ook allemaal niet snel dus de Matchless mocht aan het werk. Oefening baart kunst zodat na de tweede rit het commentaar kwam dat alles wel heel prettig verliep maar dat de Matchless niet bepaald snel accelereerde waardoor ze regelmatig erg dicht bij het nummerbord kwam. Ja, nee zeg, dank je de koekoek met een 350cc ééncilinder ben je iets in het nadeel ten opzichte van een 883 cc twin en dan heb ik het nog niet eens over het verschil in leeftijd. Harder gaan rijden met de Matchless was dus geen optie en aangezien de Yamaha caferacer voorlopig nog niet klaar is werd besloten mijn voormalig leger Triumph uit de winterslaap te wekken.

 

Groot was de vreugde dan ook dat het 3TA-tje meteen aansloeg, maar het verhaal kreeg wel een staartje. Aanvankelijk leek het alsof het hem goed had gedaan dat hij gedurende de hele winter droog en warm in huis weg was gezet. Buitengewoon positief gestemd door deze goede start vergaf ik hem het feit dat hij het vertikte stationair te lopen. De eerste rit van het seizoen kenmerkte zich verder door wat rauw motorgedrag maar alles deed het en de Triumph bracht me ook weer thuis. Wie schetst dan ook de verbazing wanneer, stilstaand bij huis, ineens een kolom rook onder de tank vandaan komt. Nadere inspectie toonde aan dat nagenoeg de hele cilinderkop bekwijld was met een olieachtige drab die dankzij de rijwind ook de olietank had bereikt. Ik vond al dat hij erg stonk was het commentaar van mijn eega, die gedurende de rit achter mij aan had gereden. Vraag me niet hoe het kan dat een goed dichte motor, die de hele winter slechts een enkel druppeltje heeft gelekt, na de eerste rit transformeert in een olieboot, ondanks dat ik het carter had leeggemaakt. Het bewijs is geleverd,  het kan en nagenoeg alles wat aandraaibaar en vasttrekbaar is, was ook een ietsiepietsie los en derhalve aan en vasttrekbaar. 

 

Onvoorzichtig optimistisch dankzij een rotsvast geloof in Triumph kwaliteiten ging ik er van uit dat de tweede rit ongetwijfeld probleemloos zou verlopen. Nou ging daar een nachtje overheen en die periode bleek genoeg om de Triumph tot de overweging te doen komen dat droog en warm in huis staan veel prettiger is dan over ’s Heren wegen gejaagd te worden en de nachten in de schuur te moeten doorbrengen.

Dat de rakker totaal in de contramine was bleek meteen al toen de kraan open werd gezet en de benzine even snel uit de carburateur liep als het uit de tank de gasfabriek in kon lopen. Enige tikken met een schroevendraaier deden het vlotter loskomen en de lekkage stoppen. Starten ging perfect maar van mooi lopen was weinig sprake en na circa een kilometer gaf de rechtercilinder aan er geen zin meer in te hebben. Aldus op een pit naar huis terug gestrompeld en de Matchless aangetrapt die er overduidelijk wel zin in had. De inspectie op een later tijdstip toonde aan dat er rechts totaal geen vonk ontstond. Enerzijds veroorzaakt door een nauwelijks contact makende bougiekabel en anderzijds dankzij een stel ingebrande punten die ook amper meer van elkaar loskwamen.

Nu heb ik, net als ieder andere vooruitziende Engelse motoreigenaar, altijd een setje nieuwe punten klaarliggen. Enig sleutelwerk en afstelwerk later was het ontstekingshuisje volgepropt met mooi nieuw spul en had ik nog steeds geen vonk. Sterker nog, ook links was geen vonk meer hetgeen wees op een stevige kortsluiting. Creatief werk met de weerstandsmeter toonde al vlot aan dat de vervangingspunten niets onderbraken. Tot mijn verbazing bleek na veel gepiel en geprobeer dat de veertjes van de nieuwe punten iets langer zijn dan de ouden. Het gevolg was dat deze net tegen de bevestigingsmoertjes van de condensators aanlagen. Gezegend zijn zij, die in het bezit zijn van een voltmeter, want visueel was dit zelfs met bril op niet te ontdekken. In ieder geval startte de 3TA na enige isolatiewerkzaamheden meteen en kon een succesvol testritje gemaakt worden. Lopen als een grote, alleen plopte nu bij het koppelingsdeksel de olie royaal naar buiten. De olie heb ik maar weggeveegd met het voornemen om dat eerst maar te negeren. Dekseltje weer op het ontstekingshuis en in mijn optiek was hij klaar voor de volgende rit. Nu is mijn vrouw iets meer paranoïde dan ik ten opzichte van Engelse motoren dus nog voor ik hem de schuur in kon drukken sprak zij haar twijfels uit over de functionaliteit van het oude beestje. Vanzelfsprekend sputterde ik hier wat tegen. “Probeer het ding nou want anders staan we morgen eerst weer een uur te sleutelen voor we weg kunnen”. Waarachtig ze had gelijk. Het loeder was met de beste wil van de wereld niet aan de praat te krijgen. Er was weer geen vonk. Dit maal bleek het dekseltje van het ontstekingshuis de kortsluitende boosdoener, hetgeen pas opgeheven werd nadat ik een nieuwe en dikkere pakking had gemaakt.

 

Het mag duidelijk zijn dat ik enige inwendige spanning voelde toen twee dagen later andermaal een geplande rit op het punt stond aan te vangen. Ondertussen zelfs nog de in uitstekende conditie verkerende accu extra opgeladen want je weet nooit en dus startte het ding zoals het hoorde en functioneerde de hele rit perfect. Sterker nog, het olieboot principe beperkte zich deze keer tot een minieme lekkage bij het rechter uitlaat kleppendekseltje. Ietwat storend was wel de inmiddels ontwikkelde gewoonte om na het sluiten van de kraan ongegeneerd de vlotterkamer leeg te laten lopen. Dit fenomeen had zich in het vorige jaar ook al eens gemanifesteerd en heb ik toen kunnen herleiden naar een lek vlotter. Een van de drijvertjes was half vol gelopen met benzine en na wat geklooi heb ik die leeg en weer dicht weten te krijgen. Ik vreesde dus het ergste voor het andere drijvertje. Niets van dat al, hetzelfde drijvertje zat weer voor de helft vol met brandstof. Enige lichtpuntje was dat er een nieuw gaatje in zat dus aan mijn oude reparatie had het niet gelegen. Schrale troost want uiteraard lijdt dit tot de constatering dat het betreffende vlottertje erg dun is geworden en dat de meest intelligente vervolgactie niet reparatie, maar de plaatsing van een nieuw of in ieder geval beter exemplaar is. Wat zoeken en rondbellen leverde slechts een chagrijnig humeur op want om de een of andere onverklaarbare reden waren al mijn adressen net op vakantie en voorlopig ook nog niet terug. Wilde ik het ding op de weg houden dan zat er niets anders op dan weer met tinsoldeer, brander en soldeerbout te werk te gaan. Dit lukte wonderwel en zonder het drijvertje te laten exploderen of imploderen kreeg ik hem weer keurig dicht. Na montage liep de motor keurig en moest ik de stationair afstelling aanzienlijk terug draaien om hem fatsoenlijk rustig te laten lopen. Dat laatste is niet zo verwonderlijk natuurlijk want hij liep slecht stationair en om hem niet steeds af te laten slaan had ik de schroef omhoog gemanipuleerd.

 

Het verzet leek gebroken want ook de keer daarop sjouwde de Triumph braaf weg, echter om na drie kilometer te laten weten dat de linker cilinder absoluut niet van zins was om mee te doen. Met vooruitziende blik en weinig vertrouwen in de producten van de firma Lucas had ik alle benodigde gereedschapjes in die oh zo praktische legertassen gemikt dus het euvel was snel geïdentificeerd als een spontaan verlopen set punten. Na deze roadside repair ging alles van een leien dakje. Al doende leer je toch ieder rocheltje en knalletje van je motor herkennen. Tenminste, dat meende ik en werd tijdens een ritje een dag of wat later na een uurtje rijden onaangenaam verrast door gehik en gehoest dat trouwens meteen weer ophield nadat ik iets had gezegd als Nee hé, niet nu. Drie kwartier later was echter alles in de war. Knallen, hoesten, geen fut meer en geluiden alsof er een klep was verbrand. Die indruk werd bevestigd door mijn echtgenote die, vanaf haar volstrekt probleemloze Harley, vlammen van een meter uit de uitlaat had zien slaan.

Ontsteking bleek goed te staan en er kwam ook benzine dus ik vreesde het ergste met name voor de kleppen in de linkercilinder. Nu ben ik iemand die er een schurfthekel aan heeft om een motor achter te laten dus onder het motto, samen uit samen thuis, werd voorzichtig en reutelend de koers richting huis gezet. Al doende ontdekte ik dat beide cilinders beurtelings iets deden maar weliswaar niet zoals men mag verwachten dus vermoedde ik een brandstof probleem. Aldus de gasschuif vol open en weer dicht gooien en na dit vijf keer gedaan te hebben trad er volkomen plotseling een totale karakterverandering in werking. Van het ene op het andere moment ging de Triumph als een speer en zat in no-time op 115. Een brokje ellende in de sproeier moet de oorzaak zijn geweest. Nog nooit zo mooi en vlot gelopen dus ik heb hem maar eens even laten hollen. Bij thuiskomst was alles helemaal in orde en leek hij helemaal happy. Volgens het motto “Keep them rolling” zijn we inmiddels een aantal uitstapjes en twaalfhonderd kilometer verder en afgezien van twee kleine hikjes dankzij wat rommel in de carburateur is er niets noemenswaardigs gebeurd. Hoewel “goed functioneren” inmiddels natuurlijk ook wel als noemenswaardig kan worden beschouwd. Hij gebruikt wat olie maar ik heb begrepen dat de meesten dat ook deden toen ze nog in dienst waren dus durf ik weer uitspraken te doen als, “ik rij er zo mee naar de Noordkaap” en trek ik me niets aan van valsige commentaren van rijstverbrandende coureurs of dames op Harley’s.

 

A.J. de Vries

Augustus 2009 ©